Yana en Heli
Yana en Heli
Twee delen van één ziel
Yana voelt zich vaak onzichtbaar. Terwijl anderen haar fantasie afdoen als dagdromen, weet zij diep vanbinnen dat er meer is dan de wereld die iedereen ziet.
Wanneer een mysterieus blauw licht steeds opnieuw verschijnt, begint een zoektocht die haar leven voorgoed zal veranderen. Stap voor stap ontdekt Yana dat sommige geheimen alleen zichtbaar zijn voor wie durft te blijven geloven.
Yana en Heli – Twee delen van één ziel is een Young Adult fantasyroman over moed, hoop, verbondenheid en de kracht van verbeelding.
Achter de schermen van Yana en Heli
19-07- 2026 – Welkom op mijn blog
Met deze blog neem ik je graag mee achter de schermen van mijn reis als schrijver. Hier deel ik af en toe mijn ervaringen, de keuzes die ik maak tijdens het schrijven en de ontwikkelingen rondom mijn debuutroman Yana en Heli – Twee delen van één ziel.
Een boek schrijven is veel meer dan woorden op papier zetten. Het is zoeken, schrappen, opnieuw beginnen en soms onverwachts een nieuwe richting inslaan. Juist dat proces wil ik graag met je delen.
Op dit moment ben ik volop bezig met het verder ontwikkelen en verfijnen van mijn verhaal. Dat betekent dat er soms kleine veranderingen worden gemaakt, terwijl de kern altijd hetzelfde blijft: een verhaal over hoop, moed en de kracht om te blijven geloven.
Ik hoop dat je met plezier met mij meereist en af en toe terugkomt om de nieuwste ontwikkelingen te volgen.
Tot de volgende blog!
Ingrid Boshuizen
31-07-2026 De eerste versie was nog maar het begin
Toen ik in september begon met schrijven, had ik nooit kunnen bedenken dat ik in december mijn eerste boek al af zou hebben. Drie maanden lang leefde ik in het verhaal. Zodra ik een vrij moment had, kroop ik achter mijn laptop. De woorden bleven komen en voordat ik het wist, stond de laatste punt op papier.
Ik weet nog hoe trots ik was. Ik had het gedaan. Ik had een boek geschreven.
Tenminste... dat dacht ik.
Want toen begon het pas echt.
Ik begon opnieuw te lezen. Eerst hier en daar een woord veranderen, daarna een alinea, vervolgens een hele scène. Voor ik het wist, was ik niet meer aan het corrigeren, maar aan het herschrijven. Steeds opnieuw. Soms wel tien keer hetzelfde hoofdstuk.
En toen kwam misschien wel het moeilijkste onderdeel van het hele proces.
Loslaten.
Er waren zinnen waar ik oprecht verliefd op was. Zinnen die precies verwoordden wat ik voelde. Zinnen waarvan ik dacht: dit is misschien wel het mooiste wat ik ooit heb geschreven.
En toch...
Toch verdwenen ze.
Niet omdat ze slecht waren. Niet omdat ze niet mooi waren. Maar omdat ze het verhaal niet verder brachten. Ze stonden er alleen omdat ík ze mooi vond. En hoe pijnlijk dat soms ook voelde, een verhaal draait niet om mijn favoriete zinnen. Het draait om wat het verhaal nodig heeft.
Ik kan je vertellen: een zin verwijderen waar je trots op bent, doet meer pijn dan je zou verwachten. Het voelt een beetje alsof je afscheid neemt van een klein stukje van jezelf.
Toch leerde ik daardoor misschien wel de belangrijkste les van het schrijven. Een boek wordt niet alleen beter door wat je toevoegt. Soms wordt het juist sterker door wat je durft weg te halen.
Als ik nu terugkijk, ben ik nog steeds trots op die eerste versie uit december. Maar misschien ben ik nog wel trotser op alles wat daarna kwam. Op alle twijfel. Op alle uren herschrijven. Op alle zinnen die het boek uiteindelijk niet hebben gehaald.
Want daar, tussen al het schrappen en opnieuw beginnen, ontstond uiteindelijk het verhaal dat ik écht wilde vertellen.
11-08-2026 – Wanneer is een boek eigenlijk af?
Ik dacht altijd dat het moeilijkste onderdeel van schrijven het bedenken van een verhaal was. Inmiddels weet ik dat het tegenovergestelde waar is.
Een verhaal bedenken is één ding. Beslissen dat het goed genoeg is om los te laten, is iets heel anders.
De afgelopen maanden heb ik mijn manuscript nog ontelbare keren gelezen. Soms veranderde ik alleen een komma, soms verdween er weer een hele alinea. Af en toe las ik een hoofdstuk terug en dacht ik: ja, zo moest het zijn. Om het de volgende dag toch weer helemaal anders te zien.
Het bijzondere is dat je als schrijver steeds kritischer wordt. Waar ik een paar maanden geleden nog ontzettend trots op was, zie ik nu ineens kleine dingen die nóg beter kunnen. Niet omdat het slecht is, maar omdat ik inmiddels zelf ben gegroeid. Mijn manier van schrijven verandert terwijl ik aan hetzelfde boek werk.
Dat is soms best verwarrend. Want wanneer stop je met verbeteren? Wanneer is iets écht af? Of blijft er altijd wel een zin die net iets mooier kan, een scène die nog iets sterker voelt of een woord dat beter past?
Ik begin steeds meer te begrijpen dat er een moment komt waarop je niet langer moet schrijven vanuit perfectionisme, maar vanuit vertrouwen.
Dat betekent niet dat het boek perfect is. Dat zal het waarschijnlijk nooit zijn. Geen enkel boek is dat. Maar er komt een moment waarop het verhaal precies vertelt wat je wilde vertellen. En misschien is dát wel de enige maatstaf die uiteindelijk telt.
Ik merk dat ik langzaam in die laatste fase terechtkom. De grote veranderingen zijn achter de rug. Het gaat nu vooral om de kleine details. Een zin die net iets vloeiender mag lopen. Een woord dat beter past. Een hoofdstuk dat ik nog één keer met frisse ogen wil lezen.
Misschien is dat wel het mooiste aan schrijven. Je leert niet alleen je verhaal steeds beter kennen, maar ook jezelf. Ik ben niet meer dezelfde schrijver als toen ik in september mijn laptop openklapte en aan de eerste zin begon.
En toch begint alles nog steeds met precies hetzelfde.
Eén leeg scherm.
En één zin die wacht om geschreven te worden.
17-08-2026 – Waarom juist Yana en Heli?
Toen ik begon met schrijven, heette mijn verhaal eigenlijk alleen Yana. Het idee was nooit om een boek te schrijven over een meisje én een kat. Heli bestond nog niet in mijn verhaal.
Tot ik op vakantie ging.
Ik had mijn laptop meegenomen, omdat ik wist dat ik wilde blijven schrijven. Dat lukte ook. Het verhaal groeide iedere dag verder. Maar terwijl ik daar zat, begon ik mijn katten steeds meer te missen. Vooral Heli en Freule.
En juist op dat moment begon Yana in mijn verhaal steeds eenzamer te worden.
Ik merkte dat ik haar iets wilde geven wat ik zelf zo ontzettend waardeer: onvoorwaardelijk gezelschap. Niet iemand die alles oplost, maar iemand die er gewoon is. Iemand die naast je blijft zitten als de wereld even te zwaar voelt.
Zo kwam Heli mijn verhaal binnen.
Niet omdat ik van tevoren had bedacht dat Yana een kat nodig had, maar omdat het vanzelf goed voelde. Vanaf het moment dat Heli verscheen, leek het verhaal completer. Alsof zij er altijd al had moeten zijn.
Dat is misschien ook niet zo vreemd.
Mijn eigen Heli is namelijk een heel bijzondere poes. Ze is klein, ontzettend schattig en je zou haar misschien op het eerste gezicht onderschatten. Maar vergis je niet. Ze weet precies wat ze wil en laat zich door niemand aan de kant zetten. Niet door de andere katten en zelfs niet door de honden. Op een heel rustige manier is zij eigenlijk degene die bepaalt hoe de verhoudingen in huis liggen.
Ze is mijn maatje.
Misschien is dat ook wel de reden dat juist zij haar weg naar mijn boek vond.
Natuurlijk is de Heli uit mijn verhaal geen kopie van mijn eigen poes. Ze heeft haar eigen karakter en haar eigen rol binnen het verhaal. Maar de warmte, de trouw en dat kleine beetje eigenwijsheid... die komen zonder twijfel van mijn Heli.
Achteraf kan ik me het verhaal niet meer voorstellen zonder haar.
Soms denk je als schrijver dat jij een verhaal bedenkt.
Maar heel af en toe gebeurt het precies andersom.
Dan dient een personage zich gewoon aan en besluit het dat het mag blijven.
30-08-2026 – Schreef ik eigenlijk over mezelf?
Toen ik aan Yana en Heli begon, dacht ik dat ik een verhaal schreef over een meisje.
Yana was niet ik. Ze heeft een ander leven, andere ervaringen en maakt dingen mee die ik nooit heb meegemaakt.
Tenminste... dat dacht ik.
Nu het manuscript af is en ik terugkijk op alles wat ik heb geschreven, zie ik ineens iets wat me tijdens het schrijven helemaal niet opviel.
Yana voelde zich vaak alleen.
Niet omdat er niemand om haar heen was, maar omdat ze het gevoel had dat ze alles zelf moest dragen. Ze bleef doorgaan, zelfs als het moeilijk werd. Ze bleef zoeken naar oplossingen, ook als ze eigenlijk niet meer wist hoe. En hoe harder ze haar best deed, hoe eenzamer ze zich soms voelde.
Toen ik die hoofdstukken schreef, dacht ik dat ik haar verhaal vertelde.
Nu vraag ik me af of ik onbewust ook een stukje van mijn eigen verhaal heb opgeschreven.
Schrijven is een vreemd proces.
Je bedenkt personages, geeft ze een verleden, dromen en angsten. Je bent ervan overtuigd dat je hen vormgeeft. Maar soms ontdek je pas veel later dat zij ook iets over jou vertellen.
Misschien is dat wel de reden waarom sommige scènes zo vanzelf leken te ontstaan. Ik hoefde niet na te denken over wat Yana voelde. Ik wist het al. Niet omdat ik hetzelfde had meegemaakt, maar omdat de emoties herkenbaar waren.
Twijfel.
Verantwoordelijkheid.
Doorzetten.
En soms de stille hoop dat alles uiteindelijk goed zou komen.
Pas nu zie ik hoeveel van die gevoelens ook bij mij hoorden in de periode waarin ik aan het schrijven was.
Dat betekent niet dat Yana mijn verhaal is.
Ze is en blijft haar eigen persoon.
Maar misschien hebben we elkaar onderweg wel een beetje ontmoet.
Zij gaf mij een manier om gevoelens op papier te zetten waar ik op dat moment nog geen woorden voor had.
En ik gaf haar een verhaal.
Misschien is dat wel het mooiste aan schrijven.
Soms denk je dat jij een personage tot leven brengt.
Tot je ontdekt dat dat personage jou onderweg ook een beetje heeft geholpen.
13-09-2026
De rode draad is mijn kompas
Als ik aan een verhaal schrijf, is de rode draad er al. Ik weet ongeveer waar het verhaal naartoe gaat en wat er onderweg moet gebeuren.
Die rode draad is voor mij een soort kompas. Het wijst de richting waarin het verhaal gaat, maar dat betekent niet dat het verhaal ook precies die weg moet volgen.
Dat merk ik tijdens het schrijven steeds opnieuw.
Soms kom ik bij een hoofdstuk en weet ik precies wat er volgens mijn rode draad moet gebeuren. Ik begin te schrijven, maar het verhaal wil ineens iets anders. Ik kan dan nog zo graag willen vasthouden aan wat ik van tevoren heb bedacht, maar dat lukt niet. Het andere moet op papier komen.
Op zo'n moment laat ik mijn rode draad even los en volg ik het verhaal.
Dat klinkt misschien een beetje vreemd. Ik ben tenslotte degene die het verhaal schrijft. Ik heb de personages bedacht en uiteindelijk bepaal ik welke woorden er op papier komen. Toch voelt dat tijdens het schrijven niet altijd zo.
Heli is daar misschien wel het mooiste voorbeeld van.
Toen ik aan het verhaal begon, zou Heli er helemaal niet in voorkomen. Ze stond niet in mijn rode draad en ik had haar ook niet bedacht als onderdeel van Yana's reis.
Maar tijdens het schrijven kwam ze er toch.
En toen ze er eenmaal was, bleef ze.
Inmiddels kan ik me het verhaal zonder Heli niet eens meer voorstellen. Nu weet ik zeker dat ze in het verhaal hoorde te zijn. Niet omdat dat vanaf het begin mijn plan was, maar omdat ik dat tijdens het schrijven ontdekte.
Zelfs het einde van het boek bleek niet vast te staan.
In eerste instantie had ik bedacht dat Yana aan het einde als held onthaald zou worden. Dat was de richting waarin mijn kompas wees. Ze zou haar reis volbrengen en daarna zou die erkenning komen.
Maar het boek wilde het anders.
Hoe dichter ik bij het einde kwam, hoe minder het einde dat ik oorspronkelijk had bedacht nog bij het verhaal paste. Natuurlijk had ik eraan vast kunnen houden. Ik ben tenslotte de schrijver. Ik had Yana als held kunnen laten onthalen en daarmee precies kunnen eindigen zoals ik het van tevoren had bedacht.
Maar dan had ik mijn rode draad gevolgd in plaats van mijn verhaal.
Dus veranderde het einde.
En misschien is dat wel wat ik zo mooi vind aan schrijven.
Ik heb een rode draad nodig. Zonder dat kompas zou ik waarschijnlijk verdwalen. Maar ik hoef niet iedere weg te nemen die ik vooraf heb uitgestippeld. Soms verschijnt er onderweg een personage dat er helemaal niet hoorde te zijn. Soms neemt een hoofdstuk ineens een andere afslag. En soms blijkt zelfs de bestemming niet de bestemming te zijn die ik van tevoren voor ogen had.
Ik schrijf het verhaal, maar tegelijkertijd ontdek ik tijdens het schrijven welk verhaal er eigenlijk op papier wil komen.
Mijn rode draad vertelt me welke kant ik op kan.
Het verhaal vertelt me uiteindelijk waar ik terechtkom.
16-09-2026
Soms verrast mijn eigen verhaal mij
In mijn vorige blog schreef ik over de rode draad van mijn verhaal en dat ik daar tijdens het schrijven ook vanaf kan wijken.
Maar hoe werkt dat eigenlijk als ik aan een hoofdstuk begin?
Vooraf maak ik een overzicht van de hoofdstukken die ik ongeveer verwacht te gaan schrijven. Ieder hoofdstuk krijgt een titel en daaronder zet ik één of twee regels. Daarin schrijf ik kort wat ik met dat hoofdstuk wil bereiken.
Meer heb ik meestal niet nodig.
Daarna begin ik te schrijven.
Soms volgt een hoofdstuk precies de richting die ik had bedacht. Maar regelmatig gebeurt er tijdens het schrijven iets waardoor het verhaal ineens een andere kant opgaat.
En het bijzondere is: dat zie ik zelf ook niet altijd aankomen.
Een goed voorbeeld is de verhaallijn rond Yana's moeder. Toen ik aan Yana en Heli begon, had ik een duidelijk idee over hoe die verhaallijn zich zou ontwikkelen. Ik had zelfs een confrontatie tussen Yana en haar moeder in gedachten.
Die confrontatie is er uiteindelijk nooit gekomen.
Wat er wél gebeurt, ga ik natuurlijk niet vertellen. Maar tijdens het schrijven veranderde het verhaal zo dat mijn oorspronkelijke idee er niet meer bij paste.
En als ik er nu op terugkijk, denk ik dat het verhaal er beter door is geworden.
Dat vind ik misschien wel een van de bijzonderste dingen aan schrijven. Voor mij lijkt het soms een beetje op het lezen van een boek.
Als lezer denk je soms te weten welke kant een verhaal opgaat. En dan sla je een bladzijde om en gebeurt er iets wat je totaal niet had verwacht.
Tijdens het schrijven heb ik dat dus ook.
Ik weet natuurlijk veel meer dan een lezer. Ik weet wat er speelt, ik ken mijn personages en ik heb ideeën over wat er verderop in het verhaal moet gebeuren. Maar zodra ik begin te schrijven, kan er ineens iets ontstaan wat ik zelf niet had bedacht.
En niet alleen het verhaal kan me verrassen. Soms verrast ook mijn eigen reactie me.
Als ik een heel verdrietige alinea schrijf, kan ik daar zelf emotioneel van worden. Dat klinkt misschien vreemd, want ik ben tenslotte degene die de woorden schrijft. Toch kan ik zo in het verhaal en in Yana's beleving zitten, dat wat er gebeurt mij op dat moment zelf raakt.
Soms moet ik zelfs even stoppen voordat ik verder kan.
Misschien is dat wel wat schrijven voor mij zo bijzonder maakt.
Ik begin een hoofdstuk met een titel en een paar regels over wat ik ongeveer wil schrijven. Daarna ontstaat het verhaal zin voor zin.
En ergens tussen die zinnen kan er ineens iets gebeuren wat ik een paar minuten daarvoor zelf nog niet wist.
Dat is misschien moeilijk uit te leggen als je zelf niet schrijft. Want natuurlijk bedenk ik het verhaal. Natuurlijk zijn het mijn vingers die de woorden typen.
En toch kan ik oprecht verrast zijn door wat er op mijn scherm verschijnt.
Ik schrijf het verhaal, maar tegelijkertijd ontdek ik het verhaal.