
Van Amersfoort naar een wereld die niet bestaat
Toen ik begon met het schrijven van Yana en Heli – Twee delen van één ziel, koos ik voor een omgeving die ik goed ken.
Amersfoort.
Voor mij is het een vertrouwde stad. Ik ken de straten, de gebouwen en de omgeving. Maar als ik er wat langer over nadenk, is Amersfoort eigenlijk helemaal niet zo gewoon.
Vooral de oude binnenstad heeft iets bijzonders. De Muurhuizen, de overgebleven delen van de stadsmuren en de historische gebouwen herinneren aan een tijd waarin het leven er heel anders uitzag.
Toen ik mijn eerste boek schreef, kon ik uitgaan van de stad zoals die er tegenwoordig uitziet. Maar in mijn verhaal blijft dat vertrouwde beeld niet bestaan.
Langzaam verandert Amersfoort. De natuur krijgt steeds meer ruimte, planten en onkruid groeien over gebouwen en straten en de stad verliest steeds meer van haar vertrouwde uiterlijk.
Hoe dat komt en wat dit voor Yana betekent, laat ik voorlopig nog even in het midden.
Bij mijn tweede boek sta ik voor een heel andere uitdaging.
Yana en Heli blijven de hoofdpersonen, maar dit keer speelt het verhaal zich af op een totaal andere wereld.
Een planeet die alleen in mijn fantasie bestaat.
Deze wereld doet in bepaalde opzichten denken aan de middeleeuwen. Er zijn geen moderne voorzieningen zoals wij die kennen en het dagelijks leven ziet er heel anders uit. Bovendien is het geen wereld die je meteen mooi zou noemen.
En toch zie ik een overeenkomst met Amersfoort.
Wanneer ik door de oude binnenstad loop en naar de Muurhuizen of de overgebleven stadsmuren kijk, hoef ik in gedachten maar een paar eeuwen terug te gaan om een beetje in de buurt te komen van de wereld die ik voor mijn tweede boek voor ogen heb.
Natuurlijk is die planeet geen kopie van Amersfoort. Ze heeft haar eigen geschiedenis, bewoners en gewoonten.
Maar waar ik bij mijn eerste boek kon terugvallen op een bestaande omgeving, moet ik nu alles zelf bedenken.
Hoe zien de huizen eruit? Hoe leven de bewoners? Wat vinden zij normaal, terwijl wij dat misschien heel vreemd zouden vinden?
En vooral: hoe zorg ik ervoor dat de lezer die wereld net zo duidelijk voor zich kan zien als ik?
Dat vind ik misschien wel het leukste aan het schrijven van mijn tweede boek. Ik hoef me niet aan bestaande straten, gebouwen of gewoonten te houden. Mijn fantasie krijgt alle ruimte.
Tegelijkertijd moet de wereld wel geloofwaardig blijven. Niet omdat alles ook op aarde mogelijk moet zijn, maar omdat het binnen het verhaal logisch moet voelen.
In mijn eerste boek nam ik Yana en Heli mee door een wereld die ik zelf goed ken.
In mijn tweede boek ontdekken we samen een wereld die ik helemaal zelf moet vormgeven.
En misschien is dat wel het bijzondere aan schrijven.
Dat je kunt beginnen in een stad die gewoon op de kaart staat en vervolgens terechtkomt op een planeet die nergens te vinden is.
Behalve in je eigen fantasie.